Hoe troost je een kind?

Troost/trust; troosten is vertrouwen geven.

Op het schoolplein huilt een meisje van een jaar of negen. Ik ben leerkracht en loop er naartoe. “Wat is er?” vraag ik het meisje. “Nou,” zegt ze huilend. “Dat meisje daar zegt dat ik niet kan tekenen.” “Oh…” zeg ik. “En vind jij dat ook?” “Nee,” snikt het meisje. “En?” vraag ik verder, “is het een vriendin van je?”  “Nee,” snikt het meisje weer. Ik gooi er wat humor in. “Dat is ook wat, nu ben je verdrietig om iets dat niet waar is, en om iemand die niet echt belangrijk voor je is.” Het lukt me niet het meisje te bereiken, ze blijft er letterlijk inhangen. “Wat wil je eigenlijk?” vraag ik rustig. “Wil je dat ik naar haar toe ga en haar op haar donder geef?”

Nu hebben we contact, het meisje kijkt en zegt: ”Ja!”

“Dat ga ik niet doen,” zeg ik. Het meisje kijkt me verbaasd aan. Ik zeg: “Ik heb er alle vertrouwen in dat jij dat niet nodig hebt. Dan vind jij dat ik je nu wel help, maar dan gebeurt het de volgende keer weer. Dan ben je opnieuw verdrietig over iets dat niet waar is. Bij je hart staat een bewaker en die zegt waar jij verdrietig van mag worden. En volgens mij zegt de bewaker nu dat het niet nodig is, want het is niet waar wat het meisje gezegd heeft, toch? Dus luister de volgende keer maar naar je eigen bewaker”, zeg ik. “Zou dat echt helpen?” vraagt het meisje. “Doe het maar”, zeg ik. “Bij mij helpt het!” Het meisje gaat weer spelen en ik weet dat ik weer een zaadje heb geplant.

Het levert bruikbare informatie  op om erachter te komen wat een kind van slag kan maken. Alles wat je raakt, dat geloof je eigenlijk. Zo leert een kind dat het zelf de baas is over wat zijn/haar hart binnenkomt. En zo breng je een kind dus bij zijn eigen kracht, door het vertrouwen te geven dat het dit kan.